Veel mensen hebben de behoefte om te schilderen. Het lijkt zelfs een oerdrang. Het heerlijke creatief bezig zijn, even in een andere wereld duiken en alles om je heen vergeten. Scheppen vanuit het niets — althans, bijna niets: potlood, verf en een doek.
Je tovert iets met driedimensionale inhoud en ruimte op een plat vlak. Soms werk je naar een stilleven of een model, soms naar een afbeelding, soms naar iets wat alleen in je hoofd bestaat. En soms ontstaat er spontaan iets. De energie die je geeft, zie je terug op je schilderij.
Maar waar begín je als je wilt leren schilderen? In dit artikel loop ik langs de bouwstenen die in elke schilderles terugkomen: kleur, onderwerp, compositie en techniek.
Kleur: realistisch of naar gevoel?
Kleur is voor veel beginnende schilders het eerste struikelblok — en meteen het leukste onderdeel. Wat doe je met kleuren en hoe meng je ze?
Je kunt kleuren realistisch gebruiken, zoals je ze in werkelijkheid ziet. Maar je kunt ze ook versterken en aanpassen aan je gevoel, zoals de expressionisten deden. Kijk naar Vincent van Gogh: zijn kleuren kloppen niet met de werkelijkheid, en juist daardoor kloppen ze wél.
Landschap schilderen: van de impressionisten tot Bob Ross
In een landschap kun je kleurperspectief toepassen. Op de voorgrond zijn kleuren en contrasten sterker; richting de horizon worden ze grijziger. Ook gebouwen en bomen worden in de achtergrond vager, zowel in kleur als in vorm.
Bekende landschapschilders zijn Ruysdael en impressionisten als Monet en Signac. En dichter bij huis: Breitner, die talloze stadsgezichten van Amsterdam maakte.
Een fijne eerste kennismaking met landschap schilderen is het maken van een Bob Ross-schilderij. Daarin komen bijna alle basisprincipes samen: de verdeling van het vlak door de horizon, diepte in het landschap, kleurperspectief en de weergave van lucht, water, bergen en sneeuw. En natuurlijk de boom — die je graag een vriendje geeft — plus gras, bloemen en vogels. Je mag daarbij gerust wat happy little mistakes maken.
Bloemen en planten zijn vaak een detail, maar kunnen ook een zelfstandig onderwerp zijn. Een vaas met zonnebloemen of irissen bijvoorbeeld. Of juist één enkele bloem: denk aan de bijzondere uitsneden van Georgia O’Keeffe.
Model en portret schilderen: techniek én uitdrukking
Bij modeltekenen en model schilderen bestuderen we de poses die een lichaam kan aannemen, de lengte- en breedteverhoudingen, en de verkortingen bij een zittend figuur of een gestrekte arm. Kijk eens hoe spieren de vorm van het lichaam bepalen, en maak vereenvoudigde weergaven van handen en voeten. Vanuit iedere positie zie je het model anders. We kijken daarbij naar de gelaagde schilderijen van Lucian Freud en de lijnfiguren van Jean Cocteau.
Ook een portret schilderen van jezelf of van iemand anders is mogelijk. We concentreren ons op de verhoudingen van een gezicht en de specifieke vorm van ogen, neus en mond. Bij vrouwelijke kunstenaars zie je een intense bestudering van het gezicht in de portretten van Charley Toorop; gevoelige onderwerpen over de deugden en ondeugden van de mens vind je in het werk van Marlene Dumas. Het innerlijk komt via het portret naar buiten.
Een variant is pop-art, ontwikkeld door Andy Warhol. Jij stuurt een foto en ik maak een bewerking op basis van licht en schaduw. Daarna schilder je de tekening zelf met een bijzondere kleurcombinatie op doek.
Abstract schilderen en verbeelding
Een sterk gevoelsmatige stroming is de abstracte schilderkunst. We beginnen bij Kandinsky met vrije toetsen. Daarna komen we bij Mondriaan, wiens werk veel vrijer en gevoeliger is dan je misschien denkt. Rothko en Willem de Kooning lijken uitersten, maar hebben ook veel gemeen. En dan is er de Cobra-beweging, met onder anderen Karel Appel, waarin vaak dieren te herkennen zijn.
De zin “dat kan mijn kind ook” geldt hier als compliment. Het legt de lat voor de eerste keer in ieder geval niet te hoog. Verder: hoe breng je abstracte begrippen als vriendschap, collegialiteit of toekomstvisie tot leven — en hoe vertel je een verhaal in beelden?
Compositie en vorm: waarom het ene doek werkt en het andere niet
Wat kun je doen met compositie? Hoe zorg je dat je zelf tevreden bent én dat anderen graag naar je schilderij kijken? Kijk eens naar een interieur van Vermeer of Matisse.
Daarnaast kun je de vormen die je ziet natekenen of juist veranderen. Duitse expressionisten als Kirchner kozen voor extra hoekige vormen; Franz Marc schilderde in ronde vormen, met veel aaibare dieren. En Käthe Kollwitz vecht met haar expressieve houtskooltekeningen tegen armoede.
Schildertechniek: verf, kwast en laagopbouw
Natuurlijk speelt techniek een rol. Je leert omgaan met acrylverf en met verschillende kwasten: een waaierkwast, een spatel en een penseel. Vaak is het goed om eerst een onderlaag aan te brengen, zodat alles beter uit de verf komt.
Hoe dik of dun maak je de verf? Hoe voeg je de ene kleur toe aan de andere? Je kunt volume versterken door licht en schaduw aan te brengen, en door de richting van je kwast bewust te gebruiken. Met je kwast geef je ook stofuitdrukking weer: glas ziet er nu eenmaal anders uit dan wol.
Het werk van Rembrandt is daarin interessanter dan dat van zijn tijdgenoten. Hij bracht transparante en pasteuze lagen aan en wist gezichten, lichamen, kleding en voorwerpen in zijn verhalen tot leven te brengen.
Veelgestelde vragen over leren schilderen
Schilderen. Heb je er zin in?
In mijn atelier in Amsterdam-Zuid, vlak bij het Vondelpark, geef ik schilderles en workshops aan beginners en gevorderden. We werken aan kleur, compositie en techniek — maar vooral aan jouw eigen werk.
Bekijk de workshop schilderen of de cursus schilderen in Amsterdam, of neem contact op voor een kennismaking.